Inzicht

Mag de langstlevende zelf de waarde van de erfenis bepalen?

Auteur: Alice Ruys

Een testament kan de langstlevende echtgenoot ruime bevoegdheden geven om een erfenis af te wikkelen en te verdelen. Maar mag de langstlevende daarmee ook bepalen hoeveel een woning of onderneming waard is, en dus de omvang van de aanspraken van de kinderen beïnvloeden? Volgens een recent arrest van het gerechtshof Den Haag was dat niet het geval.

Wat is een quasi-wettelijke verdeling?

Bij de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot de goederen van de nalatenschap en komen de schulden voor diens rekening. De kinderen krijgen hun erfdeel als geldvordering op de langstlevende, doorgaans pas opeisbaar bij diens overlijden.

Men kan in een testament voor een andere systematiek kiezen, bijvoorbeeld een quasi-wettelijke verdeling, vaak afgekort tot QWV. Daarmee kan uiteindelijk een vergelijkbaar resultaat worden bereikt, maar anders dan bij de wettelijke verdeling vindt die verdeling niet automatisch bij het overlijden plaats. Het voordeel is de grotere flexibiliteit: na het overlijden kan worden bekeken welke verdeling het beste past bij de familie, de samenstelling van het vermogen en de fiscale omstandigheden. Daar is ook meer tijd voor dan in de wettelijke regeling. Welke mogelijkheden er precies zijn, wordt in belangrijke mate bepaald door de inhoud van het testament.

Wel verdelen, maar daarmee nog niet zelfstandig waarderen

In de zaak waarover het Gerechtshof op 7 juli 2026 oordeelde, mocht vader als afwikkelingsbewindvoerder de nalatenschap van moeder zelfstandig verdelen. Hij kon de goederen aan zichzelf toedelen, zonder medewerking van de kinderen. Zij zouden daartegenover geldvorderingen krijgen.

Volgens het hof betekende deze bevoegdheid tot verdeling echter niet zonder meer dat vader ook eenzijdig de waarde van de bezittingen mocht vaststellen. Dat onderscheid is van groot belang, omdat de waardering rechtstreeks doorwerkt in de hoogte van de aanspraken van de kinderen: een lagere waardering betekent doorgaans ook een lagere vordering.

Wat staat er precies in het testament?

Bij de uitleg van een testament moeten daarom twee afzonderlijke vragen worden onderscheiden: wie is bevoegd de goederen te verdelen, en wie bepaalt de waarde die daarbij aan die goederen wordt toegekend?

Dat onderscheid lijkt helder, maar is juridisch niet altijd eenvoudig. In de vakliteratuur bestaat steun voor de opvatting dat zeer ruim geformuleerde testamentaire bevoegdheden onder omstandigheden ook het zelfstandig vaststellen van de vorderingen kunnen omvatten. Niet iedere QWV is op dezelfde wijze vormgegeven. De uitspraak betekent daarom niet dat de langstlevende bij een quasi-wettelijke verdeling per definitie geen waarderingsbevoegdheid heeft. De formulering en uitleg van het concrete testament blijven beslissend.

Duidelijkheid vooraf én bij de afwikkeling

Juist omdat de waardering grote financiële gevolgen kan hebben, verdient dit onderwerp al bij het opstellen van het testament aandacht. Bespreek expliciet wie mag waarderen, welke waarderingsdatum geldt, welke maatstaf voor de waardering moet worden gehanteerd en hoe meningsverschillen worden opgelost.

Loopt de afwikkeling al en stelt een langstlevende ouder, executeur of afwikkelingsbewindvoerder dat hij zelfstandig de waarde mag bepalen? Laat dan onderzoeken of het testament die bevoegdheid daadwerkelijk geeft. Een ruime bevoegdheid om een nalatenschap te verdelen is immers niet noodzakelijkerwijs hetzelfde als de bevoegdheid om ook eenzijdig de financiële consequenties van die verdeling vast te stellen.

Alice Ruys is als advocaat gespecialiseerd in erfrecht. Heeft u vragen over de uitleg van een testament of over een geschil rond de waardering, verdeling of afwikkeling van een nalatenschap? Neem dan contact op met Alice.